Land van herkomst: Hongarije
Oorspronkelijke en huidige taak: drijvende hond op groot en klein wild.
- Schofthoogte:
- Hoogbenig: 55 - 65 cm
- laagbenig: 45 - 50 cm
- Gewicht: 22 - 35 kg
- Algemeen: Middelgroot, gespierd, rechthoekige lichaamsbouw
- Hoofd: Licht gewelfde schedel met vlakke stop. De neusrug is recht en de neusspiegel zwart. De lippen zijn strak en sluiten goed aan. De wenkbrauwen zijn lichter van kleur.
- Ogen: Bruin, ovaal en middelgroot. De uitdrukking is ietswat serieus.
- Oren: De aanzet is redelijk hoog en ze worden tegen het hoofd gedragen.
- Gebit: Schaargebit
- Hals: Middellang en gespierd
- Benen: De benen zijn recht, rechtstandig en de hoekingen matig.
- Lichaam: De borstkas is ruim en diep. De buik wordt licht opgetrokken.
- Ledematen: Tamelijk open hoeking zowel voor als achter, goed gespierd, Laaggeplaatste sprongen
- Voeten; Rond, goed gesloten, met sterke nagels
- Staart: Laag aangezet, in rust wordt de staart laag gedragen waarbij het onderste deel meestal een beetje omhoog buigt.
- Kleur:
- Hoogbenig: Zwart met bruin en witte aftekening
- Laagbenig: Bruin-rood met witte aftekening
- Vacht:
- Hoogbenig: dik, stug, glanzend
- Laagbenig: kort, glad, glanzend
De Erdélyi Kopó is zelfstandig, initiatiefrijk en intelligent. Buitenshuis zijn ze zeer actief en beweeglijk maar in huis kunnen ze zeer rustig en aanhankelijk zijn indien ze hun energie voldoende kwijt kunnen.
Honden van dit ras zijn sterk en bestendig tegen alle weersinvloeden en kunnen in principe in een buitenkennel gehouden worden, maar ze kunnen in geen geval zonder contact met hun mensen en ze moeten voldoende lichaamsbeweging en mentale uitdaging krijgen.
Deze honden zijn zeer sociaal en kunnen het met soortgenoten goed vinden zonder overdreven opdringerig te zijn. Het zijn geen honden die snel te prikkelen zijn voor een gevecht, ze gaan de confrontatie eerder uit de weg.
Vanaf een leeftijd van ongeveer 7 maanden ontwikkeld zich een sterke jachtpassie en exellent reukvermogen. Vanwege die aanleg voor de jacht is het samenleven met katten of andere dieren een uitdaging maar een goede socialisatie op jonge leeftijd en een consequente opvoeding kan de hond wel in goede banen leiden
Tegenover vreemde mensen kan deze Hongaarse brak enigszins wantrouwig en terughoudend zijn, maar agressief zijn ze niet.
Het volstaat om de vacht te ontdoen van losse haren met een rubberen borstel en de nagels kort te houden. De oren vragen iets meer onderhoud. Gezien deze brak redelijk zware afhangende oren heeft loert de kans op oorontstekingen en moeten de oren regelmatig nagekeken en schoon gehouden worden.
Deze honden hebben enorm veel beweging nodig, een paar keer blokje om volstaat zeker niet. Per dag moet je wel op een uurtje rekenen dat je met de hond kan gaan wandelen, zwemmen of fietsen. Wanneer je deze brak laat loslopen moet je wel rekening houden met zijn jachtpassie, de drang om achter wild aan te gaan kan enorm sterk aanwezig zijn. Ze hebben een enorm uithoudingsvermogen en kunnen tijdens de jacht 80- 100 km lopen. Wanneer ze jagen of iets achterna zitten kan je hun typische hoge blaf horen.
Opvoeding houd niet enkel een reeks basiscommando's in, maar ook je hond op een harmonieuze wijze laten meeleven met je. Een jonge hond moet beslist goed gesocialiseerd worden, en niet enkel de eerste kritieke weken maar ook de daaropvolgende maanden van puberteit en aanloop naar volwassenheid. Als jonge hond zal de Kopó je beslist testen op je standvastigheid en consequent en geduldig blijven is zeker en vast de boodschap, een harde aanpak is echter uit den boze; het zou enkel een tegenovergesteld resultaat geven en de hond zou zich van je afsluiten. Vertrouwen geven en duidelijk zijn is belangrijk om een aangename hond in huis te hebben. Het ras kan als gezinshond gehouden worden maar wel uitsluitend bij sportief ingestelde mensen die beseffen dat hij veel beweging nodig heeft en ook zijn mentale energie kwijt moet.
Deze honden zijn goed op te leiden voor de jacht gezien zij hiervoor gefokt werden, maar het is goed mogelijk om ze andere dingen te leren. In het land van oorsprong worden ze nog steeds ingezet voor de jacht, de drijfjacht is wat op de achtergrond geraakt maar ook als zweethond of voor het zoeken van aangeschoten wild doen ze het goed. Een alternatief voor de jacht kan een opleiding to speur- of reddingshond zijn, waarbij de hond zijn neus op een leuke manier leert gebruiken.
Een Erdélyi Kopó is intelligent genoeg om te leren begrijpen wat je van hem verlangt, maar ziet daarom nog niet het nut in van wat je vraagt.
Wanneer je een Kopó andere dingen wil aanleren zal je eerst en vooral al geduld moeten hebben en daarbij op zoek gaan naar verschillende dingen om je hond te motiveren om hem te overtuigen met je samen te werken. Een Kopó wil best met je samenleven en zelfs samenwerken maar is geen slaaf.